Schrijver en journalist Sander de Kramer (38) heeft als hoofdredacteur van de Straatkrant in Rotterdam zich ingezet voor dak- en thuislozen. De laatste tijd maakt hij een aantal tv-programma’s, zoals De Rekenkamer en Reisadvies Negatief. Met zijn stichting de Sunday Foundation strijdt hij voor een beter leven voor de Diamantkinderen in Sierra Leone.
Jouw hulpacties reiken ver.
Het geeft me ook energie. Het is net als met liefde: het moet van twee kanten komen. Ik vergelijk mezelf wel eens gekscherend met die Belgische mop. ‘Een Belg rijdt op de weg en hoort op de radio dat er een spookrijder is gesignaleerd. Hij belt het radiostation op en zegt: waar ik rij is er niet 1 spoolrijder, maar zijn er wel 1000.’
Ik voel me wel eens die spookrijder. Een Don Quichot. Ik ben getuige van de wantoestanden in Sierra Leone waar diamantkinderen, weeskinderen van zes jaar oud die hun ouders met eigen ogen hebben zien doodgaan, het meest luxueuze steentje in de wereld opgraven. En hier schuiven we ’t om elkaars vinger en staat de diamant symbool voor trouwen. Al wordt het mijn dood, ik ga die kinderen daar uit halen.
Waarom voel je je dan die spookrijder?
Omdat mensen om me heen vaak zeggen ‘zou je dat nu wel doen?’ Het zijn allemaal goedbedoelde, maar negatieve
adviezen. Ze vinden het eng, omdat ik tegen de stroom in ga.
Wat is je doel?
Ik wil graag misstanden aan de kaak stellen. Het moet natuurlijk wel binnen mijn mogelijkheid liggen. Mensen zeggen wel eens ‘is het geen druppel op de gloeiende plaat’? Dan heb ik een antwoord dat we 5000 mensen hebben geholpen. We hebben ze uit de diamantmijnen gehaald en een alternatief geboden zoals scholing. Door middel van trainingscentra
en microkredieten hebben we ze op weg geholpen en zijn er nu rijstvelden, landbouwgronden, een weverij, biologische zeepfabriek en een timmermanszaakje. Daar staat nu een dorp dat op eigen kracht functioneert.
Wat zie je om je heen gebeuren?
De blijdschap is heel mooi om te zien. Er is weer een toekomst voor die mensen. Ik zie ook veel Westerse mensen die willen helpen, maar daar niet goed over nadenken. Bijvoorbeeld, mensen zamelen kleren in voor een arme bevolking. Maar met dat gebaar roeien ze de plaatselijke kleermaker uit. Of dit gruwelijke verhaal: een groep fotografen wilden laten zien dat kindsoldaten ook maar kinderen waren. Ze fotografeerden hun ogen en gaven de kinderen daar wat geld voor.
Wat gebeurde er? Die nacht bonkten er talloze kinderen op de deuren van de fotografen. Zij hadden gehoord dat de kindsoldaten geld hadden gekregen voor hun daden. Die kinderen hadden diezelfde nacht nog andere kinderen vermoord en kwamen nu ook geld halen. De grens tussen held en schlemiel is dan heel dun. Zo zie je: bij elke stap die je zet in arme gebieden moet je 5,6 keer nadenken voordat je iets doet.
Wat je nu zegt is ongeveer net zo belangrijk om te verspreiden als mensen daar te helpen.
Ja. Alle intenties zijn goedbedoeld, maar als ze hun doel missen durven we elkaar daar niet op aan te spreken. Want het is toch goedbedoeld? Hoe je mensen kunt helpen is door ze tools te geven waar hun zelfrespect van gaat bloeien. Bijvoorbeeld naaimachines om hun eigen kleren te maken en hengels om hun eigen vis te vangen. Als het maar niet het eindproduct is.
Waar komt je gedrevenheid vandaan?
Interesse in mensen, oerwoede en nieuwsgierigheid. Ik heb de Rotterdamse recht-voor-zijn-raap mentaliteit en mijn mond is aangesloten op mijn hart. Later wil ik niet tegen mijn kinderen zeggen ‘alles is naar de knoppen, maar ík kon er niets aan doen’. Ik heb er tenminste tegen geageerd. Alleen kan ik niet de héle wereld helpen.
Mensen zien jou als een held. Hoe zie je jezelf?
Echte helden getuigen zelden. Dat is een mooi gezegde, hè? Ik voel me geen held. Als journalist zit ik ook wel sneller in de positie om deze zaken aan te kaarten. Ik heb een flexibele agenda, kom op arme plekken en ben in de gelegenheid om wantoestanden aan de kaak te stellen. Waar de betaalde organisaties en de VN de andere kant op kijken, daar voel ik juist de drang om de mensen te helpen. Echte helden zijn mensen die billen wassen van bejaarden of in een fabriek werken en naast hun werk maatschappelijk betrokken zijn. Als mensen mij op mijn schouders slaan, omdat ze vinden dat ik goed werk verricht, weten ze vaak niet dat ik de afgelopen vier jaar dertig jaar ouder ben geworden.
Wie is jouw held?
Ramses Shaffy is mijn grote held. Zijn leven heeft hoge pieken en diepe dalen gekend. De tekst van Wij Zullen Doorgaan is zo pakkend. Ramses is een levenskunstenaar. Vier dagen voor zijn overlijden heeft hij zijn laatste optreden gegeven voor mij. Ik kreeg de Laurenspenning uitgereikt (als waardering voor de wijze waarop Sander zich heeft ingezet voor de goede zaak, red.) en mocht kiezen wie er zou optreden. Ik wist wel dat hij terminaal was, maar had toch gevraagd of Ramses dat kon zijn. Ik hoopte er zo op en ’t was zo bijzonder dat hij er was. Zelfs in Sierra Leone kunnen ze zijn liedjes meezingen. De muziek van Royksopp vind ik ook inspirerend.
Welke spreuk raakt jou?
In Rotterdam hangt een spreuk ‘De meeste mensen zijn anders’. Mooi hè? Om nog even terug te komen op mijn doel. Socrates zei ooit: ‘onwetendheid is het ergste kwaad’. Dat komt erop neer dat we niet weten dat we iets in stand houden, dat kwaad doet. Ik wil juist graag aankaarten wat niet goed gaat, of dat nou grote of kleine dingen zijn. Wat ongeveer betekent dat we iets in stand houden dat kwaad doet, maar dat we dat niet weten.
Vind ik leuk:
Wees de eerste om post te waarderen.