Hoe kom je in 4 stappen bij je droombaan?

Een site van Nobiles Media (www.nobiles.nl)

Hanna Jellema: arts in een ontwikkelingsland

Hanna Jellema werkt als arts bij Artzen zonder Grenzen. Vorig jaar is ze in Zuid-Sudan geweest om daar als arts te werken. Ze ging aan de slag in een ziekenhuis en gaf onderwijssessies aan een groep ziekenverzorgers. Daarnaast werkte ze met Kala Azar patiënten. Dit is een parasitaire ziekte die wordt overgebracht door zandvliegen die het imuunsysteem aantast. Voor Nobiles en Carp* vertelt ze over haar werk.

”Het is geweldig om zo intens aan het werk te zijn en het gevoel verschil te kunnen maken voor de mensen daar. Het is een stoere baan waarbij je hard werkt onder moeilijke omstandigheden. Je leert anderen veel, maar zelf ook. Ik werkte in een internationaal team en ik kwam in geïsoleerde gebieden waar anderen nog nooit zijn geweest.

In Zuid-Sudan zijn de levensomstandigheden bar. Vooral voor de Sudanezen maakt dit klimaat het leven moeilijk en onzeker. Als enige arts in de kliniek had ik veel verantwoordelijkheid en moest ik vaak alleen beslissingen nemen. Ik was dag en nacht beschikbaar voor spoedgevallen. Dat was zwaar, maar eens in de drie maanden nam ik tien dagen vrij om uit te rusten. Ik vond mijn werk in Zuid-Sudan op een positieve manier intensief. Het is hard werken, en aan het eind van de dag was ik moe maar voldaan. Het gevoel iets voor een ander te hebben betekenen geeft een goed gevoel. De grootste valkuil in een baan als deze, is om teveel te willen, en oververmoeid te raken. Het is belangrijk om de juiste balans te vinden op verschillende fronten. Met name de balans tussen werk en rust is essentieel.

Zes jaar geleden is er een vredesakkoord tussen Noord en Zuid-Sudan gesloten, maar sinds die tijd is de situatie in de grensgebieden gespannen. Toch heb ik me in Zuid-Sudan nooit onveilig gevoeld. Hulporganisaties zijn eigenlijk nooit doelwit, maar zijn juist heel geliefd en gewaardeerd. Door goed geïnformeerd te zijn, altijd in contact te blijven met alle relevante partijen en te weten wat er in de regio gebeurde, kon ik op een verantwoorde en veilige manier mijn werk doen. Verder zijn er altijd duidelijke afspraken wat betreft veiligheid over wat je wel en niet mag doen. Mijn drijfveer is vooral solidair te zijn met de mensen die het in de wereld minder hebben getroffen dan ik. Daarnaast vind ik het leuk om medisch breed bezig te zijn, en met een internationaal team te werken.

Je bent op het medische vlak nooit uitgeleerd. Er zijn altijd ziektes waar je nog wat meer over wilt weten, dingen die altijd beter kunnen. Ik denk dat een leerpunt is om altijd kritisch naar jezelf te blijven kijken en te blijven afvragen: ‘is dit de beste manier, of kan ik dit beter doen?’

Een ander leerpunt is het belang van overdragen van kennis aan anderen. Bepaalde ervaringen zal ik mijn hele leven met me meedragen. Daarom kan ik dit werk zeker aanraden. Artsen en verpleegkundigen zijn altijd nodig. Als je graag in de Tropen wilt werken, denk dan eerst goed na of het wel bij je past, en of je het ziet zitten om alles in Nederland voor een tijdje achter te laten.”

Artsen zonder Grenzen biedt medische noodhulp aan slachtoffers van rampen, oorlogen en epidemieën. Voor haar veldprojecten is Artsen zonder Grenzen altijd op zoek naar professionals met diverse achtergronden. Op dit moment is er vooral behoefte aan verloskundigen, logistiek medewerkers met een technische achtergrond en water-en-sanitatie specialisten. Goede beheersing van het Frans is een pre. Kijk voor meer informatie op www.artsenzondergrenzen.nl

Valentine van der Lande: over het opzetten van haar droom: TenPages.com

Valentine van der Lande is anderhalf jaar geleden live gegaan met TenPages.com, een verzamelplaats voor manuscripten. De auteur krijgt een podium op deze site. Zijn er 2000 aandelen à € 5 verkocht aan lezers, dan wordt het boek uitgegeven. Inmiddels zijn dat er al 53. Een nieuwe manier van uitgeven. Een manier om dromen te verwezenlijken.

Mijn droom? Het opzetten van TenPages.com.

Hoe is het begonnen?
Hiervoor werkte ik bij Bol.com, verantwoordelijk voor de Engelse boeken. Ik had toen vaak contact met Engelse uitgevers en hoorde overal hetzelfde verhaal over te veel manuscripten en te weinig tijd. Kijk, er waren twee manieren. Eén is om je manuscript op te sturen naar de uitgever, het is dan wel moeilijk om boven op de stapel te komen. En de tweede manier is self publishing. Het lastige daarvan is dat je alles zelf moet regelen, van distributie (bv AKO) tot aan de pr. Daar wilde ik verandering in brengen.

Wat heb je kunnen veranderen?
Het is zonde dat er zoveel schrijftalent blijft liggen en niet wordt opgemerkt. Ik vind het belangrijk dat bij wijze van spreken Peter uit Alkmaar, die geen connecties in de schrijfwereld heeft en geen professionele schrijfervaring heeft, ook mensen blij kan maken met zijn verhaal. Dit is een effectieve manier om schrijftalent te laten bovendrijven. Iedereen krijgt een kans bij TenPages.com.

Is dit ontstaan vanuit een persoonlijke behoefte om een boek te schrijven?
Nee, maar ik ben tijdens mijn studententijd wel aan een roman begonnen. Toen ik op driekwart zat is het hele boek verloren gegaan omdat mijn computer crashte en ik geen back-up had gemaakt. Natuurlijk vond ik dat toen wel erg, maar nu ben ik er niet meer rouwig om. Ik haal meer voldoening uit andermans schrijftalent dan mijn eigen schrijven.

Hoeveel mensen werken er bij je?
We zitten met vier mensen op kantoor. Een groot deel van de werkzaamheden besteden we uit, zoals IT, PR en boekhouding. Ik dacht, dit concept kan alleen maar slagen als ik de beste mensen om me heen verzamel. Die heb ik waar mogelijk op uren- of projectbasis ingehuurd. Zo was ik ook flexibeler.

Hoe inspireer jij de mensen om je heen?
Het helpt dat we een bijzonder product hebben (uniek in de wereld, red.). We zitten op het snijvlak van nieuwe media en uitgeven. Het is dus al een spannende baan van zichzelf, deels door de inhoud. In een start-up kun je mensen ook veel verantwoordelijkheid geven en op die manier raakt men veel sneller betrokken. Verder probeer ik iedereen scherp te houden en te inspireren door telkens een stap verder te denken.

Je groeit zo van ondernemer naar manager. Hoe ga je om met die rolverandering?
Het valt nog wel mee. We zitten met een klein team en zijn anderhalf jaar bezig. Het ondernemerschap leeft nog. Als we een actie op vrijdag bedenken, dan kan het maandag al live gaan. En dat blijft wel, we werken nog heel flexibel, waar mogelijk. Toch merk ik wel dat we in een andere fase komen. Voor mij is het nu zaak om meer te delegeren en de organisatie te verstevigen, zodat het bedrijf ook zonder mij draait. Dan kan ik me bezighouden met de lange termijnstrategie.

Bio
CEO van TenPages.com
E-Commerce Manager bij Albumprinter
Product Manager Boeken bij Bol.com
PR-Manager bij Objekt Magazine International
Trainee bij de Arbeiderspers, Archipel & Balans Uitgevers

Sander de Kramer: oprichter Sunday Foundation

Schrijver en journalist Sander de Kramer (38) heeft als hoofdredacteur van de Straatkrant in Rotterdam zich ingezet voor dak- en thuislozen. De laatste tijd maakt hij een aantal tv-programma’s, zoals De Rekenkamer en Reisadvies Negatief. Met zijn stichting de Sunday Foundation strijdt hij voor een beter leven voor de Diamantkinderen in Sierra Leone.

Jouw hulpacties reiken ver.
Het geeft me ook energie. Het is net als met liefde: het moet van twee kanten komen. Ik vergelijk mezelf wel eens gekscherend met die Belgische mop. ‘Een Belg rijdt op de weg en hoort op de radio dat er een spookrijder is gesignaleerd. Hij belt het radiostation op en zegt: waar ik rij is er niet 1 spoolrijder, maar zijn er wel 1000.’

Ik voel me wel eens die spookrijder. Een Don Quichot. Ik ben getuige van de wantoestanden in Sierra Leone waar diamantkinderen, weeskinderen van zes jaar oud die hun ouders met eigen ogen hebben zien doodgaan, het meest luxueuze steentje in de wereld opgraven. En hier schuiven we ’t om elkaars vinger en staat de diamant symbool voor trouwen. Al wordt het mijn dood, ik ga die kinderen daar uit halen.

Waarom voel je je dan die spookrijder?
Omdat mensen om me heen vaak zeggen ‘zou je dat nu wel doen?’ Het zijn allemaal goedbedoelde, maar negatieve
adviezen. Ze vinden het eng, omdat ik tegen de stroom in ga.

Wat is je doel?
Ik wil graag misstanden aan de kaak stellen. Het moet natuurlijk wel binnen mijn mogelijkheid liggen. Mensen zeggen wel eens ‘is het geen druppel op de gloeiende plaat’? Dan heb ik een antwoord dat we 5000 mensen hebben geholpen. We hebben ze uit de diamantmijnen gehaald en een alternatief geboden zoals scholing. Door middel van trainingscentra
en microkredieten hebben we ze op weg geholpen en zijn er nu rijstvelden, landbouwgronden, een weverij, biologische zeepfabriek en een timmermanszaakje. Daar staat nu een dorp dat op eigen kracht functioneert.

Wat zie je om je heen gebeuren?
De blijdschap is heel mooi om te zien. Er is weer een toekomst voor die mensen. Ik zie ook veel Westerse mensen die willen helpen, maar daar niet goed over nadenken. Bijvoorbeeld, mensen zamelen kleren in voor een arme bevolking. Maar met dat gebaar roeien ze de plaatselijke kleermaker uit. Of dit gruwelijke verhaal: een groep fotografen wilden laten zien dat kindsoldaten ook maar kinderen waren. Ze fotografeerden hun ogen en gaven de kinderen daar wat geld voor.

Wat gebeurde er? Die nacht bonkten er talloze kinderen op de deuren van de fotografen. Zij hadden gehoord dat de kindsoldaten geld hadden gekregen voor hun daden. Die kinderen hadden diezelfde nacht nog andere kinderen vermoord en kwamen nu ook geld halen. De grens tussen held en schlemiel is dan heel dun. Zo zie je: bij elke stap die je zet in arme gebieden moet je 5,6 keer nadenken voordat je iets doet.

Wat je nu zegt is ongeveer net zo belangrijk om te verspreiden als mensen daar te helpen.
Ja. Alle intenties zijn goedbedoeld, maar als ze hun doel missen durven we elkaar daar niet op aan te spreken. Want het is toch goedbedoeld? Hoe je mensen kunt helpen is door ze tools te geven waar hun zelfrespect van gaat bloeien. Bijvoorbeeld naaimachines om hun eigen kleren te maken en hengels om hun eigen vis te vangen. Als het maar niet het eindproduct is.

Waar komt je gedrevenheid vandaan?
Interesse in mensen, oerwoede en nieuwsgierigheid. Ik heb de Rotterdamse recht-voor-zijn-raap mentaliteit en mijn mond is aangesloten op mijn hart. Later wil ik niet tegen mijn kinderen zeggen ‘alles is naar de knoppen, maar ík kon er niets aan doen’. Ik heb er tenminste tegen geageerd. Alleen kan ik niet de héle wereld helpen.

Mensen zien jou als een held. Hoe zie je jezelf?
Echte helden getuigen zelden. Dat is een mooi gezegde, hè? Ik voel me geen held. Als journalist zit ik ook wel sneller in de positie om deze zaken aan te kaarten. Ik heb een flexibele agenda, kom op arme plekken en ben in de gelegenheid om wantoestanden aan de kaak te stellen. Waar de betaalde organisaties en de VN de andere kant op kijken, daar voel ik juist de drang om de mensen te helpen. Echte helden zijn mensen die billen wassen van bejaarden of in een fabriek werken en naast hun werk maatschappelijk betrokken zijn. Als mensen mij op mijn schouders slaan, omdat ze vinden dat ik goed werk verricht, weten ze vaak niet dat ik de afgelopen vier jaar dertig jaar ouder ben geworden.

Wie is jouw held?
Ramses Shaffy is mijn grote held. Zijn leven heeft hoge pieken en diepe dalen gekend. De tekst van Wij Zullen Doorgaan is zo pakkend. Ramses is een levenskunstenaar. Vier dagen voor zijn overlijden heeft hij zijn laatste optreden gegeven voor mij. Ik kreeg de Laurenspenning uitgereikt (als waardering voor de wijze waarop Sander zich heeft ingezet voor de goede zaak, red.) en mocht kiezen wie er zou optreden. Ik wist wel dat hij terminaal was, maar had toch gevraagd of Ramses dat kon zijn. Ik hoopte er zo op en ’t was zo bijzonder dat hij er was. Zelfs in Sierra Leone kunnen ze zijn liedjes meezingen. De muziek van Royksopp vind ik ook inspirerend.

Welke spreuk raakt jou?
In Rotterdam hangt een spreuk ‘De meeste mensen zijn anders’. Mooi hè? Om nog even terug te komen op mijn doel. Socrates zei ooit: ‘onwetendheid is het ergste kwaad’. Dat komt erop neer dat we niet weten dat we iets in stand houden, dat kwaad doet. Ik wil juist graag aankaarten wat niet goed gaat, of dat nou grote of kleine dingen zijn. Wat ongeveer betekent dat we iets in stand houden dat kwaad doet, maar dat we dat niet weten.

Conservator | Opgegroeid in Parijs en nu Conservator in het Van Gogh

Maite van Dijk (28) liep stage in Parijs, studeerde in Italië en werkte in het MoMA in New York. Sinds 2008 is ze Conservator Schilderijen in het Van Gogh Museum in Amsterdam. “Ik zie mijn baan niet als werk, maar als een passie die ik iedere dag weer mag waarmaken.”

Stap 1 | 1986 – 1989
Opgroeien in Parijs
“Van mijn vierde tot mijn zevende jaar woonde ik in Parijs en hier ligt de kiem van mijn liefde voor de kunst. Mijn moeder liet mij als klein kind altijd in de tuinen van Musée Rodin spelen en zo ben ik voor het eerst in aanraking gekomen met beeldende kunst. Mijn hele familie houdt erg van kunst en cultuur. Het was bij ons thuis iets natuurlijks om met kunst bezig te zijn en zo ben ik er al spelenderwijs aan gehecht geraakt. Ik heb altijd al geweten dat ik in een museum wilde werken en ik wist op mijn twaalfde al dat ik kunstgeschiedenis wilde gaan studeren.”

Stap 2 | 2000 – 2005
Italië en studie Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam (UvA)
“Na de middelbare school ging ik een jaar naar Bologna om Italiaans te leren en enkele vakken kunstgeschiedenis te volgen. Hierna ben ik begonnen met de studie kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens deze studie heb ik drie maanden stage gelopen in het Musée d’Orsay in Parijs, waar ik de kans kreeg om mee te werken aan een tentoonstelling over het neo-impressionisme. Dit is doorslaggevend geweest voor mijn verdere loopbaan. In het Musée d’Orsay besefte ik dat ik me wilde richten op negentiende eeuwse kunst in een groot, internationaal museum.”

Stap 3 | 2005 – 2007
Master Museumconservator en het Museum of Modern Art (MoMA)
“Na mijn stage in Parijs heb ik mijn studie afgerond en ben ik toegelaten tot de master Museumconservator. Mijn afstudeerstage deed ik in het Van Gogh Museum tijdens een opleidingsjaar waarbij ik alle facetten van het werk mee kreeg. Het Van Gogh Museum is uniek in Nederland, omdat dit het enige museum is dat zich uitsluitend richt op de kunst uit de negentiende eeuw en bovendien internationaal opereert. Net voor het einde van mijn master moest mijn vriend voor zijn werk naar New York en ik wilde graag met hem mee. Toevallig was er in die tijd een conservator van het MoMA in het Van Gogh om een samenwerking te bespreken. Ze zochten iemand die gespecialiseerd was in Van Gogh en ik kon aan de slag als onderzoeker in New York.”

Stap 4 | 2008 – heden
Conservator in het Van Gogh
“Ik heb bijna twee jaar in New York gewerkt. Ik ben teruggekomen voor mijn huidige baan als conservator in het Van Gogh Museum. Ze hadden mij gevraagd te solliciteren en die kans heb ik met beide handen gegrepen. Dat ze mij hebben aangenomen, heeft volgens mij te maken met het feit dat ik veel internationale ervaring heb en meerdere talen spreek. Doordat ik in veel verschillende musea heb gewerkt en gezien heb hoe het er daar aan toe gaat, kan ik met een open en frisse blik kijken naar ontwikkelingen in het Van Gogh.

Ik heb een eigen visie ontwikkeld over de manier waarop projecten kunt aanpakken. Mijn verblijf in New York is heel erg belangrijk geweest voor mijn persoonlijke ontwikkeling; niet alleen vakinhoudelijk, maar ook hoe jezelf kunt presenteren en nieuwe contacten legt. Ik zie mijn baan niet als werk, maar als een passie die ik iedere dag weer mag waarmaken Voor mij is werken als conservator bij het Van Gogh een droombaan, omdat ik het praktische met het inhoudelijke kan combineren en daarnaast mag werken in een prachtige, internationale omgeving met negentiende eeuwse kunst. Bovendien zijn de sfeer en de samenwerking in het Van Gogh Museum erg goed.

Qua collega’s is er op dit moment een goede mix van mensen met jarenlange ervaring en kennis en jonge conservatoren en onderzoekers met veel energie en nieuwe ideeën. Waar ik over tien jaar sta? Voorlopig heb ik nog genoeg te leren in het Van Gogh maar misschien dat ik mijn carrière ooit weer naar het buitenland uitbreid.”

Burgemeester | 24/7 in de weer voor Gemeente Haren

Hij was docent en directeur op een hogeschool, provinciaal Statenlid en geruime tijd de jongste burgemeester van Nederland. Burgemeester Mark Boumans (35) van Haren in Groningen vond als tiener besturen al leuk. “Blijkbaar heeft de blindheid voor mijn jonge leeftijd me altijd geholpen.”

Stap 1 | 1993 – 1997
Studie Juridische Bestuurswetenschappen
“Ik wilde als kind al burgemeester worden. Al had ik er toen alleen het beeld bij van iemand met een mooie ketting, die op veel feestjes en partijtjes aanwezig mag zijn. Ik vond besturen leuk, zat altijd in schoolraden, praatte toen ik 14 was mee op de vergadering van de volleybalbond. Blijkbaar heeft die blindheid voor mijn jonge leeftijd me altijd geholpen. Ik werd tijdens mijn studietijd VVD-fractiemedewerker in de Groningse gemeenteraad. Bestuurswerk staat natuurlijk ook goed op het cv, al heb ik het niet bewust daarvoor gedaan. Maar het scheelt zeker voor een carrière dat je een netwerk opbouwt en zulke bijbanen hebt. Je moet altijd verder kijken dan de studieboeken.”

Stap 2 | 2002 – 2006
Docent, opleidingscoördinator en directeur op een hogeschool
“Na mijn afstuderen heb ik een paar jaar ervaring opgedaan als beleidsmedewerker en ben daarna het onderwijs ingerold. Ik had een dag in de week over en er kwam toen net een opleiding Veiligheidskunde aan de Thorbecke Academie in Leeuwarden. Het werden al gauw twee onderwijsdagen en iets later werd ik opleidingscoördinator. Toen ik 30 was vroegen ze me opleidingsdirecteur te worden. Die stap heb ik bewust gemaakt. Ik kreeg de verantwoordelijkheid over 45 mensen die ouder waren dan ik. Het was in een moeilijke periode van krimp. Ik moest collega’s dikwijls ontslaan. Mijn jonge leeftijd is toen nooit een issue geweest. Een van de collega’s zei: ‘Je bent een jonge vent maar hebt een volwassen uitstraling’.”

Stap 3 | 1995 – 2006
Actief in de politiek
“Nadat ik fractiemedewerker was, werd ik gemeenteraadslid in Groningen. In 1998 ging ik aan de slag als statenlid voor Provinciale Staten. Die laatste functie heeft een saai imago. Maar het aardige van de provincie is dat het een schakel is tussen gemeente en Het Rijk. Je houdt je bezig met wezenlijke zaken als ruimtelijke inrichting, landschap en water, en economische ontwikkeling. Je zit aan het stuur van de provincie. Wel sta je erg ver van de burger af. Dat veranderde in 2005. Toen werd ik wethouder Ruimtelijke Ordening in Meppel, een prachtige springplank voor het burgemeesterschap. Ik heb gemerkt dat de politiek je vormt. Je opereert als bestuurder vaak in een context van tegenstrijdige belangen en leert om te gaan met weerstand.”

Stap 4 | 2007 – heden
Burgemeester van Haren
“Burgemeester zijn, is voor mij een droom die uitkomt. Ik was bij mijn aanstelling ook nog de jongste burgemeester van Nederland. Dat geeft toch wel extra sjeu aan het ambt. Je wordt vaker gevraagd om iets met jonge ambtenaren te doen, collega’s willen met je meedenken over situaties. Nee, ik word nooit door burgers benaderd in de trant van: die snotneus nemen we niet serieus.

De baan is 24/7. Een burgemeester is altijd beschikbaar. Het kan voorkomen dat er bij een noodsituatie opeens enorme daadkracht van je wordt verwacht. Zo stak een jonge asielzoeker zichzelf in brand op het gemeentehuis. Ik moest daarna de boel bij elkaar houden. Bij deze baan hoort ook dat je dingen inlevert. Je leeft in een glazen huis en hebt een functie waarvan mensen een bepaald gedrag verwachten. Ik zal dan ook als ik met vrienden op stap ga nooit alcohol drinken.

Afgelopen maand ben ik gepasseerd als jongste burgemeester. Jammer, maar niet onoverkomelijk. Het werd ook tijd na tweeënhalf jaar. Voorlopig zit ik goed in Haren. Maar ik zou ooit wel burgemeester willen worden van een grotere gemeente, bijvoorbeeld Zutphen. Een volgende stap zou ook een directeursfunctie bij een ziekenhuis of hogeschool kunnen zijn. En als ik het rommeltje dat regering en Tweede Kamer ervan maken zie, dan jeukt het. Je schrikt van de teleurstellende kwaliteit van de politici. Een dergelijke stap naar de landelijke politiek sluit ik zeker niet uit.”

Tips
1. Staar je niet blind op studieboeken maar doe naast je studie allerlei bestuurswerk.
2. Ga als starter twee jaar lang op verschillende plekken op de arbeidsmarkt rondsnuffelen.
3. Burgemeester worden? Toon initiatief en ontplooi kansen, doe politieke ervaring op en haal het beste uit jezelf.

Martijn Arets: Ik was benieuwd naar het succes van grote Europese merken

Martijn (@martijnarets) groeide op in de evenementenwereld, maakte een overstap naar het marketing & communicatie vak om zich vervolgens na zijn brand expedition met zijn eigen bedrijf in diverse adviesrollen te gaan bemoeien met de visie en strategie van ondernemingen. Woont samen in Utrecht en springt graag vrijwillig uit vliegtuigen.

Mijn droom? “Ik was benieuwd naar het succes van grote Europese merken.”

Martijn Arets deed vijf maanden over zijn Eurotrip. Hij gaf betekenis aan zijn reis door met de CEO’s en oprichters van twintig authentieke Europese merken als LEGO, Skype, Adidas, Manchester United en Alessi te spreken en op zoek te gaan naar het geheim achter het succes van deze organisaties.

Ik sta voor ongekende mogelijkheden. We leven in een tijd waarin je dankzij toegankelijke technologische ontwikkelingen als individu grootse dingen kunt doen. Wanneer je je op de juiste manier blijft focussen op het creëren van meerwaarde voor alle betrokkenen en je slim gebruik maakt van nieuwe media dan zijn de ongekende mogelijkheden een paar mailtjes, tweets of telefoontjes van je verwijderd. Mijn favoriete slogan is dan ook: ‘If you think something small cannot make a difference, try going to sleep with a mosquito in the room’.

Hoe heb je die ongekende mogelijkheden toegepast?
Ik beschik over een gezonde (over)dosis eigenwijsheid. Altijd al wilde ik dingen DOEN en als iemand ‘nee’ antwoordde dan interpreteerde ik dat als: ‘nee, misschien niet zo, maar er is vast nog een andere mogelijkheid’. Dit is vorig jaar in een stroomversnelling gekomen toen ik mijn vaste baan heb opgezegd. Alle onzekerheden nam ik voor lief nam en ging mijn droom achterna. Ik was benieuwd naar het succes van grote Europese merken en maakte afspraken met CEO’s en oprichters om hen erover te laten vertellen.

Via alle denkbare social media deelde ik mijn ervaringen en kreeg ik hulp om mijn doelen te bereiken. Zelfs de uitgever van mijn verschenen boek vond ik via Twitter. As we speak ben ik bezig met een crowdfunding actie voor de financiering van mijn Engelse boekvertaling. Alle fans van de merken die ik heb bezocht (online zo’n 100 miljoen) ga ik uitdagen om met elkaar het eerste video voorleesboek ter wereld te maken. Hiermee wil ik mijn verhaal ook internationaal bekend maken.

Waarom vind je dit zo belangrijk?
Omdat ik mensen wil laten zien dat het ook anders kan. Het gaat niet alleen om geld, maar om het creëren van toegevoegde waarde. Met die instelling kun je veel voor elkaar krijgen. Zo snappen veel mensen niet hoe ik bij die CEO’s aan tafel ben gekomen. Het antwoord is simpel. Door hen aan te spreken op hun passie: het bedrijf waar zij de baas van zijn.

Veel mensen zitten vast in een sleur. Daarom wil ik ze graag inspireren en wakker schudden, maar ook tegen heilige huisjes schoppen. Ik voel mezelf een avonturier in een nieuw tijdperk en deel alles via social media. Eerst werkte ik veel achter de schermen en nu sta ik opeens regelmatig in de spotlights. Dat opent veel nieuwe deuren, wat mij weer helpt om verder te komen. Ik ben erg trots op wat ik heb bereikt, maar als nuchtere boerenlul blijf ik toch echt met mijn benen op de grond staan.

Wie inspireert jou?
Mensen die durven te vechten voor hun droom, visie en waar ze voor staan. Die accepteren dat niet alles vanzelf komt, lol hebben in wat ze doen en zichtbaar genieten. Neem Richard Branson, dat is voor mij echt een held. Ook al was ik tijdens mijn reis niet welkom op zijn eiland voor een ontmoeting.

Sr. Product Manager in Madrid | Volgde na haar studie haar Spaanse vriend

Karin Boerkamp (42) volgde na haar studie, haar Spaanse vriend naar het buitenland. Ze deed ervaring op in alle facetten van het cash management. “Ik heb in het begin elk baantje aangepakt dat goed voor me was.”

Stap 1 | 1990 – 1994
International Business School
“Ik was nooit echt een avontuurlijk type. Althans niet in de zin dat ik op de kleuterschool al naar het buitenland wilde. De echte interesse kwam nadat ik via een Erasmus-uitwisseling een half jaar in Engeland verbleef voor mijn studie commerciële economie. Dat was in die tijd uitzonderlijk. Na deze studie ben ik naar de IBS gegaan. Een brede internationaal georiënteerde opleiding waarvan ik later veel profijt heb gehad.

Behalve een combinatie van financiële en marketingvakken met talenkennis deed ik er ook de nodige soft skills op zoals je mening formuleren in meerdere talen, zelf leren denken en functioneren in een groep. Ook heb ik leren ‘overleven’ in een vreemd land. Het internationale sfeertje met al die buitenlandse studenten van IBS vond ik erg leuk. De feestjes en trips maakten ons tot een hechte groep. Ik heb nog steeds contact met studiegenoten. Sterker, ik ben met een van hen getrouwd.”

Stap 2 | 1994 – 1996
Baantjes in Noord-Spanje
“Ik verhuisde met mijn Spaanse vriend naar Spanje. Professioneel gezien was deze periode een survival. Ik sprak nauwelijks Spaans en er was veel werkeloosheid. Daarom ging ik werken in een restaurant om Spaans te leren en de Spaanse (zaken)cultuur te begrijpen. Het belangrijkste dat ik in deze periode leerde, was dat je ook in moeilijke tijden nooit de moed moet opgeven en je altijd iets kan doen om aan je cv te werken.”

Stap 3 | 1996 – 2006
Cash management functies in Londen
“Londen betekende een nieuw land en andere zakencultuur. Alles daar ging sneller, er waren banen in overvloed. Binnen een paar weken kon ik aan de slag bij Citibank. Ik leerde er de grondbeginselen van het cash management en hoe het is om voor een multinational te werken. Daar vond ik de internationale sfeer van de IBS terug: het contact met buitenlandse collega’s, grote projecten, groeimogelijkheden in andere landen. Na een paar jaar stapte ik over naar Bank of America waar ik als senior medewerker voor nog grotere internationale projecten voor high profile klanten verantwoordelijk was. Maar het werktempo in financieel Londen is enorm. Werkdagen van twaalf uur zijn eerder regel dan uitzondering.”

Stap 4 | 2006 – 2011
Senior product manager in Madrid
“In Londen heerst een mentaliteit van: hier en nu moet het gebeuren. Hoe meer je daar uit je carrière haalt, hoe meer profijt je er later van hebt. Ik ben er senior sales manager geworden. Vervolgens dreef de kwaliteit van leven ons naar Spanje, waar mijn man een baan kon krijgen. De baan, het mooie weer en kindvriendelijkheid van het land lokte ons naar Madrid. Doet een kans zich voor dan moet je niet meteen ‘nee’ zeggen, maar die kans pakken. Het lukte me om voor Bank of America te blijven werken vanuit Madrid. Vijf jaar later maakte ik een overstap naar Barclays, waar ik nu werk aan een nieuwe uitdaging als senior product manager.

Ik houd me bezig met een ander belangrijk onderdeel van cash management: de ontwikkeling van systemen en producten om de inkomende en uitgaande kasstroom voor bedrijven te optimaliseren. Wat een kick geeft, is dat jouw ‘producten’ van directe invloed kunnen zijn op de prestaties en resultaten van de bank. Het is een stap verder in mijn carrière en een baan waarvan ik nooit heb durven dromen en waarin ik me verder kan ontwikkelen. Ik heb door de jaren heen het internationale leven leren kennen en het altijd leuk gevonden een ‘buitenlander’ te zijn. Er is in het buitenland altijd iets nieuws te ontdekken. Je leert steeds weer nieuwe mensen kennen. Ik hoef niet naar Nederland terug; de onrust is weg. Het leven in Spanje is fantastisch, maar wie weet zit ik over tien jaar toch weer in een ander land. Misschien Nederland of Engeland, je weet maar nooit.”

Schrijven van jeugdthrillers | Van opleiding biologie tot beste vrouwenthriller

Mel Wallis de Vries (36) wist altijd al dat ze schrijfster wilde worden. Ze studeerde biologie en journalistiek, maakte een carrièreswitch als marketing manager om ten slotte met een omweg uit te komen bij haar droombaan: het schrijven van jeugdthrillers.

Stap 1 | 1991 – 1997
Studie biologie en journalistiek
“Het is heel moeilijk om als achttienjarige gewoon te beginnen met schrijven, hoe graag je het ook wil. Mijn omgeving wilde graag dat ik ging studeren. Ik besloot me dus eerst maar op een studie te richten en koos voor biologie. Na drie maanden kwam ik er achter dat biologie het toch niet helemaal was voor mij en ben ik journalistiek erbij gaan doen. Ik wilde graag over wetenschap schrijven. Na mijn studies heb ik een tijdlang als freelance journalist gewerkt maar op een gegeven moment kwam ik er achter dat ik niet alleen maar over anderen wilde schrijven en maakte ik een nieuwe carrièremove: de marketingwereld in.”

Stap 2 | 1997 – 2005
Procter & Gamble en Beiersdorf
“Ik schreef me in voor een business course van Procter & Gamble en tot mijn verrassing werd ik toegelaten, want ik had geen enkele marketing ervaring. Daarna solliciteerde ik voor een baan als marketing medewerker, werd aangenomen en het werk bleek me erg goed te liggen. Procter & Gamble vond ik wel erg Amerikaans en daarom ben ik na twee jaar overgestapt om als marketing manager bij Beiersdorf aan de slag te gaan. Deze switch naar de commerciële wereld is erg goed geweest voor mijn ontwikkeling. Als ik dat nooit had gedaan was ik misschien iets te wereldvreemd in mijn eigen belevenis blijven zitten en zo leerde ik in doelgroepen te denken en hoe het is om twintig miljoen omzet onder je te hebben. Ik heb heel veel gehad aan mijn tijdelijke carrièreswitch in de commerciële wereld.”

Stap 3 | 2005 – 2008
Manuscript wordt uitgeven
“Na een paar jaar wilde ik toch weer graag schrijven, daarom ben ik een dag in de week minder gaan werken. Binnen een jaar was mijn eerste manuscript af. Toevallig kwam ik op een feestje iemand tegen die mijn manuscript wilde doorspelen naar de uitgeverij The House of Books. Mijn boek werd uitgegeven en verkocht beter dan we verwacht hadden. Er werd mij gevaagd nog een boek te schrijven. Ik was op dat moment zwanger van mijn eerste kind dus dat was niet te combineren met schrijven en werken. Alles viel op zijn plaats.

Stap 4 | 2011
Beste vrouwenthriller
Ik heb mijn baan opgezegd, riante salaris en lease auto de deur uit gedaan en me volledig op het schrijven gericht. Schijven is niet direct een vetpot: na drie jaar bereikte ik het break even punt en nu kan ik er goed van rondkomen. Mijn boeken verkopen goed, enkelen worden ook in Duitsland uitgegeven en voor mijn laatste boek, Vals, heb ik de prijs voor beste vrouwenthriller gewonnen.

Ik vind het heel fijn om in mijn eigen fantasiewereld te kruipen en met woorden te spelen. Wat negatief is aan mijn werk? Het schrijversleven is niet zo romantisch als sommigen denken: ik zit niet nachtenlang met een fles whisky verhalen te typen. Ik schrijf drie dagen in de week van negen tot vijf. Mijn inspiratie haal ik echt overal vandaan. Zelf ben ik een enorme angsthaas. Als ik bijvoorbeeld alleen thuis ben, dan projecteer ik mijn fantasie op alles wat ik hoor en zie en kan ik me heel gemakkelijk in angsten verplaatsen. Je kunt het dus eigenlijk zien als een soort therapie.

Ik laat overigens wel steeds minder vaak mensen doodgaan in mijn boeken: in mijn laatste boek bleef iedereen in leven, dus het helpt echt. Over tien jaar hoop ik nog steeds te schrijven en misschien de markt voor volwassen op te gaan. Daarnaast zou ik ook wel willen dat een van mijn boeken verfilmd wordt en ik zou ook graag in meer landen willen publiceren. Ik heb veel opzij moeten zetten en hard moeten werken om mijn droombaan na te streven, maar heb eigenlijk altijd wel geweten dat ik hier terecht zou komen.”

Chefkok bij Ivy | Van koksopleiding via marketing naar chef-eigenaar

François Geurds (35) heeft er nooit aan getwijfeld: zijn droombaan is chefkok worden. Na koksopleidingen en een marketingstudie te hebben afgerond is hij sinds twee jaar chef-eigenaar van restaurant Ivy, het exclusieve restaurant in Rotterdam.

Stap 1 | 1987 – 1991
Middelbare Koksopleiding
“Ik herinner me nog dat ik als kind voor de oven ging zitten kijken hoe de cake, die mijn moeder aan het bakken was, veranderde in de oven. Mijn liefde voor koken heb ik van mijn moeder: ik was altijd aan het meekijken of meekoken. Ik heb het altijd interessant gevonden om uit te zoeken wat er met een product gebeurt als je er mee kookt. Daarom begon ik op jonge leeftijd al aan de Middelbare Koksopleiding. Ik heb enkele klassen overgeslagen en besloot mijn expertise uit te breiden met vervolgopleidingen.”

Stap 2 | 1991 – 1996
Slagersvakschool, van marketing tot rechten
“Als je een zaak hebt, kun je niet alleen maar met koken bezig zijn, al is dat natuurlijk wel het leukste dat er is. Ik heb marketingmanagement en het onderdeel rechten gevolgd met zelfstudie, om mezelf wat breder op te leiden. Daarnaast heb ik versneld een slagersopleiding gevolg (SVO). Omdat ik veel met vlees werk vind ik het belangrijk om te weten hoe het beestje in elkaar zit en de materie beter te begrijpen. Daarnaast was ik nog te jong voor de vervolgopleiding, dus kwam twee jaar slagersopleiding goed van pas. Ik was de enige kok op de opleiding en ben ook nog eens cum laude geslaagd, dat geeft een goed gevoel.”

Stap 3 | 1996 – 2009
Opleiding tot meesterkok
“Ik heb de ‘sterklas’ doorlopen om de nodige bagage te halen voor Meesterkok. Deze titel heb ik inmiddels ook binnen. Voordat ik met Ivy startte werkte ik als Sous chef in New York, Londen, België en Italië. Ik vind het belangrijk om het eten en de cultuur van een land helemaal te doorgronden. New York was voor mij hierin het meest inspirerend: er hangt een bepaalde goede energie en er is een enorme verscheidenheid aan culturen. Bij The Fat Duck in Londen leerde ik weer meer over de verfijning, breed denken en, door de samenwerking met de universiteit van Bristol, de wetenschappelijke benadering van voedsel.”

Stap 4 | 2009 – heden
Chef-eigenaar Ivy
“Het zat al langer in mijn hoofd om zelf een zaak te beginnen, maar ik wachtte altijd op het juiste moment. Twee jaar geleden heb ik Ivy met drie vrienden en compagnons opgezet. Onze keuken wordt bestempeld als moleculair, maar dat dekt de lading niet. Ik kook met een wetenschappelijke achtergrond en dat gaat veel verder dan moleculair. We gebruiken bijvoorbeeld stikstof als middel om in te vriezen, omdat op deze manier de producten beter intact blijven.

We gebruiken geen toevoegingen, bindmiddelen en e-nummers. We koken met producten van het seizoen en alleen van de beste leveranciers. Alles om een zo puur mogelijk product neer te zetten. ‘Duurzaamheid’ is tegenwoordig een trend, maar ik ben me daar altijd al bewust van geweest. Als je de beste gerechten wilt bereiden doe je dat met ingrediënten van het seizoen en vlees van een goede slager. Ik ben me altijd bewust geweest van deze natuurlijke flow.

De recepten bedenk ik bijna allemaal zelf. Overal kan ik inspiratie van krijgen: tijdens het koken maar ook van een paddestoel in het bos. Het geeft echt een kick als ik blijf doorzetten tot er een perfect recept ontstaat en ik een mooi product heb bereikt. Dit is mijn droombaan omdat ik mezelf kan zijn en kan doen waar ik gelukkig van word. Plezier in mijn werk is het allerbelangrijkst. Als ik er geen lol meer in heb houdt het voor mij op. Natuurlijk heb ik ook tegenslagen gekend. Maar ik ben een doorzetter en dat is ook wat je nodig hebt om het in dit vak te maken: Never give up. Ik geloof dat alles wat je voor ogen hebt wel kunt bereiken.”

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.